|
In vervolg op een studie die op nationale schaal inzicht gaf in het mogelijke voorkomen van bodembedreigingen waarvoor in het kader van de Kaderrichtlijn Bodem prioritaire gebieden aangewezen moeten worden, is in dit rapport de aandacht gericht op de provincie Drenthe. Zowel in Nederland als in Drenthe zijn drie bodembedreigingen het meest relevant, namelijk winderosie, afname van de hoeveelheid organische stof in de (voormalige) veengebieden en verdichting. Er is onder andere een combinatiekaart gepresenteerd waar onder meer op te zien is waar meer of minder bodembedreigingen optreden. Vooral het oosten en noordoosten van Drenthe bevat delen met meer dan één bodembedreiging per gebiedsdeel. Naar aanleiding van de verontrustende resultaten uit het landelijk onderzoek naar bodemverdichting is in dit rapport getracht inzicht te verschaffen in de data die aan de conclusies van dat rapport ten grondslag liggen en deze waar mogelijk voor Drenthe uit te breiden. De resultaten van het landelijk onderzoek zijn veelal gebaseerd op afgeleide gegevens uit textuuranalyses van soortgelijke gronden elders in Nederland. Werkelijke dichtheidsmetingen blijken op de onderzochte bodemlaag (30-80 cm min maaiveld) nauwelijks beschikbaar. Het voorkómen van ondergrondverdichting blijkt in de literatuurstudie naar mogelijke maatregelen sterk te prevaleren boven herstel. Er ligt een grote uitdaging voor ontwerpers van machines, voor loonwerkers, overheden en de boeren zelf om geschikt materieel te ontwerpen en te gebruiken en om bewustwording van en interesse in de problematiek te creëren. Om de werkelijke ernst van de ondergrondverdichting te kunnen inzien zijn gerichte meetcampagnes nodig. (Auteurs: G. Bakker, M.J.D. Hack-ten Broeke, F. de Vries en J.J.H. van den Akker)
|