|
Om de kwaliteit van veevoer te bepalen op bodems met toemaakdek is gedurende drie maanden grond, gras en faeces bemonsterd op vier locaties in het Veenweidegebied van de provincie Zuid Holland. Daarnaast is het loodgehalte bepaald van nieren en levers van in totaal zeven geslachte koeien en schapen. Het betreft dieren die vrijwel niet zijn bijgevoerd waardoor de opgebouwde loodgehalten vooral bepaald zijn door het eten van gras van de onderzochte percelen. De analyse van faeces van runderen toont aan dat de loodgehalten van het voer (gras en ingenomen grond) hoger zijn dan die in gras. Tevens blijkt dat er naast aan gras aanhangende grond, ook direct grond wordt ingenomen. De loodgehalten van het voer (2 tot 22 mg Pb kg-1 voer) overschrijden echter niet de norm voor groenvoeder (30 mg Pb kg-1 voer). Het maximale loodgehalte in de bodem in dit onderzoek was 1190 mg kg-1. De analyse van lood in organen van de geslachte koeien en schapen bevestigen het beeld dat bodems met veel toemaak (≈600 mg Pb kg-1 grond) leiden tot verhoogde loodgehalten in nieren en levers, maar niet leiden tot overschrijdingen van de huidige normen voor orgaanvlees. Hoewel ook de kopergehalten verhoogd zijn in bodems met toemaak (maximaal 514 mg kg-1) is koperstatus in de lever van de onderzochte schapen laag tot voldoende. (auteurs: R.P.J.J. Rietra, & P.F.A.M. Römkens)
|